Hulde aan de GGZ

 

 

 

 

 

 

Deze week heeft onze dochter van 15 afscheid genomen van haar therapiegroep bij de GGZ. Zeven maanden lang ging ze twee middagen en een avond per week naar deze groep. Ze heeft een eetstoornis.

Als je dochter zichzelf veel te dik vindt  (is ze zeer zeker niet), niet mooi (ze is prachtig en dat zeg ik niet alleen omdat ik haar moeder ben) en haar eetstoornis vertelt haar keer op keer dat ze het wéér niet goed heeft gedaan dan heeft dat natuurlijk impact.

Allereerst op onze dochter. Maar ook op ons als gezin. En uiteraard zijn we er voor haar waar mogelijk en voor zover in ons vermogen ligt. Maar wij zijn geen professionals en al helemaal niet haar therapeut. Wij zijn er om haar te knuffelen, naar haar te luisteren en haar veiligheid te bieden.

Die professionele hulp hebben we ervaren bij de GGZ. Ik zal eerlijk zeggen: toen de therapeut vorig jaar zomer vertelde dat onze dochter een ernstige eetstoornis had, dacht ik dat ze knettergek was geworden. Onze dochter? No way!

Lees verder

‘Doet ze ’t veur hun zelf of doet ze ’t veur oe?’

 

 

 

 

 

 

 

 

Een nieuwe definitie van patiënttevredenheid.

We waren op bezoek bij mijn schoonouders. Opa Frans en Oma Cato voor onze kinderen.

Opa Frans was namelijk jarig, hij was 85 jaar geworden. Een respectabele leeftijd. Bovendien is hij nu weer net zo oud als zijn vrouw, Oma Cato.

Samen hebben ze een heftig jaar achter de rug. Na de diagnose darmkanker bij Oma Cato en de daarbij behorende behandeling was ze nog maar amper bijgekomen van de operatie toen duidelijk werd dat Opa Frans óók darmkanker had. Zijn behandeltraject had heel wat meer voeten in aarde en het is bij momenten kantje boord geweest.

Lees verder

Wat je leert van een brand

 

 

 

 

 

 

 

De afgelopen week hadden we thuis een schoorsteenbrand. Ik verzeker je: leuk is anders. Maar ook: intens dankbaar want het is goed afgelopen.

Binnen 5 minuten stonden we met z’n allen buiten te kijken hoe de brandweer professioneel en vastberaden ons huis in bezit nam.

Die seconden waarin je tot in je tenen beseft dat het misschien wel eens heel erg mis kan gaan. Tegelijkertijd moet je handelen. Doen. Dóór.

Het leverde me een aantal inzichten op.

Als gezin moesten we binnen luttele  seconden als een heus team samenwerken. Misschien weten jullie het nog uit een vorig artikel van mij; we hebben 4 pubers. Met die categorie mensheid is samenwerken best een uitdaging. Ik zag tijdens onze calamiteit een aantal rollen voorbij komen die ik als leidinggevende ook met regelmaat zie.

De aanpakker was nadrukkelijk aanwezig. Onze oudste belde 112, keek tijdens het bellen nog een keer naar de schoorsteen en maande de brandweer om NU METEEN te komen. Ik wist niet dat de brandweer zo snel ter plaatse kon zijn.

Lees verder

Ik heb 4 pubers. Mij maak je niks wijs.

Thuis leef ik onder één dak met man en 4 (lees: vier) pubers. Die pubers zijn respectievelijk 18, 17, 15 en 13 (bijna 14) jaren jong. Samen met mijn betere helft doe ik pogingen om… ja, om wat eigenlijk?

In mijn werkzame leven hou ik me voornamelijk bezig met behandelaren. Medici, paramedici, therapeuten…kortom: (behandel)professionals. Waar je geen leiding aan zou moeten geven. Toch doe ik soms een poging. Of ik coach ze. Of geef ze trainingen.

Vaak voelt het bij zowel pubers als professionals alsof ze een soort gedoogbeleid toepassen. Je bent er nu eenmaal, dus soit –  maar val ons niet teveel lastig. Alleen als er iets is wat we heul graag willen, dan kom ik in beeld. En als er iets niet loopt zoals gedacht, dan ben ik een dankbare pispaal.

Kortom, of ik nu thuis ben of aan het werk – ik leef in een soort parallel universum. Puber of professional, ze beginnen beiden met een P. Ze zijn beiden stronteigenwijs, weten altijd alles beter en hebben altijd gelijk.

En ze zijn onwijs interessant, grappig en inspirerend.

“Nee, doe ik niet. Daarom niet. Gewoon, geen zin in”.

Of we bij de mentor willen komen. Wat nu weer? Jongste, 13 (ja, ja, bijna 14) was tijdens wiskunde maar een spelletje op de laptop gaan doen. “Ja nou mam, kan ik er wat aan doen? Die leraar geeft ook zo waardeloos les. Ik had gewoon geen zin meer om naar dat geleuter te luisteren”.

Had ik in mijn tijd tijdens wiskunde maar een laptop met spelletjes er op gehad. Maar ja, dat kan ik natuurlijk niet hardop zeggen. Dus knikken we inlevend tijdens het gesprek met de mentor en beloven we beterschap.

Lees verder

5 vragen om meer impact te hebben

Je werkt als arts, paramedicus, therapeut of anderszins als zorgprofessional. Dat doe je al een tijdje dwars door alle transities heen die gaande zijn in de zorg. Of de organisatie waarvoor je werkt reorganiseert, gaat reorganiseren of heeft gereorganiseerd; jij gaat onverdroten door.

Soms denk je: waar ging ik ook al weer voor? Wat is mijn concrete doel in mijn werkzame leven? Met andere woorden: waarvan ga jij aan, krijg je energie als je juist dàt mag doen en waar leg jij je ziel, hart & zakelijkheid in?

Door maar 5 vragen te beantwoorden, heb jij meteen scherp hoe jij meer impact kunt hebben in je werk.

Wel even echt er voor gaan zitten.

Doe daarom het volgende.
Pak pen en papier. Ga zitten, zet je telefoon en social media op stil.
Zet je voeten op de vloer en neem een moment om je lichaam te voelen en rust te nemen. Zet dan je pen op het papier en beantwoord de 5 vragen die ik voor jou heb geformuleerd.

Schrijf per vraag ongeveer 1 minuut en schrijf alles op wat er in je opkomt. Niet gaan doorstrepen, gewoon blijven schrijven. Ook al schrijf je voor jouw gevoel onzin op, niet stoppen met schrijven. Want door deze 5 vragen oprecht te beantwoorden, kun jij je leven veranderen.

Zit je er klaar voor? Dan komen hier de 5 vragen. Begin bij vraag 1 en doe als laatste vraag 5. 

 

Lees verder