Wat je leert van een brand

De afgelopen week hadden we thuis een schoorsteenbrand. Ik verzeker je: leuk is anders. Maar ook: intens dankbaar want het is goed afgelopen.

Binnen 5 minuten stonden we met z’n allen buiten te kijken hoe de brandweer professioneel en vastberaden ons huis in bezit nam.

Die seconden waarin je tot in je tenen beseft dat het misschien wel eens heel erg mis kan gaan. Tegelijkertijd moet je handelen. Doen. Dóór.

Het leverde me een aantal inzichten op.

Als gezin moesten we binnen luttele  seconden als een heus team samenwerken. Misschien weten jullie het nog uit een vorig artikel van mij; we hebben 4 pubers. Met die categorie mensheid is samenwerken best een uitdaging. Ik zag tijdens onze calamiteit een aantal rollen voorbij komen die ik als leidinggevende ook met regelmaat zie.

De aanpakker was nadrukkelijk aanwezig. Onze oudste belde 112, keek tijdens het bellen nog een keer naar de schoorsteen en maande de brandweer om NU METEEN te komen. Ik wist niet dat de brandweer zo snel ter plaatse kon zijn.

Read more

Ik heb 4 pubers. Mij maak je niks wijs.

Thuis leef ik onder één dak met man en 4 (lees: vier) pubers. Die pubers zijn respectievelijk 18, 17, 15 en 13 (bijna 14) jaren jong. Samen met mijn betere helft doe ik pogingen om… ja, om wat eigenlijk?

In mijn werkzame leven hou ik me voornamelijk bezig met behandelaren. Medici, paramedici, therapeuten…kortom: (behandel)professionals. Waar je geen leiding aan zou moeten geven. Toch doe ik soms een poging. Of ik coach ze. Of geef ze trainingen.

Vaak voelt het bij zowel pubers als professionals alsof ze een soort gedoogbeleid toepassen. Je bent er nu eenmaal, dus soit –  maar val ons niet teveel lastig. Alleen als er iets is wat we heul graag willen, dan kom ik in beeld. En als er iets niet loopt zoals gedacht, dan ben ik een dankbare pispaal.

Kortom, of ik nu thuis ben of aan het werk – ik leef in een soort parallel universum. Puber of professional, ze beginnen beiden met een P. Ze zijn beiden stronteigenwijs, weten altijd alles beter en hebben altijd gelijk.

En ze zijn onwijs interessant, grappig en inspirerend.

“Nee, doe ik niet. Daarom niet. Gewoon, geen zin in”.

Of we bij de mentor willen komen. Wat nu weer? Jongste, 13 (ja, ja, bijna 14) was tijdens wiskunde maar een spelletje op de laptop gaan doen. “Ja nou mam, kan ik er wat aan doen? Die leraar geeft ook zo waardeloos les. Ik had gewoon geen zin meer om naar dat geleuter te luisteren”.

Had ik in mijn tijd tijdens wiskunde maar een laptop met spelletjes er op gehad. Maar ja, dat kan ik natuurlijk niet hardop zeggen. Dus knikken we inlevend tijdens het gesprek met de mentor en beloven we beterschap.

Read more

5 vragen om meer impact te hebben

Je werkt als arts, paramedicus, therapeut of anderszins als zorgprofessional. Dat doe je al een tijdje dwars door alle transities heen die gaande zijn in de zorg. Of de organisatie waarvoor je werkt reorganiseert, gaat reorganiseren of heeft gereorganiseerd; jij gaat onverdroten door.

Soms denk je: waar ging ik ook al weer voor? Wat is mijn concrete doel in mijn werkzame leven? Met andere woorden: waarvan ga jij aan, krijg je energie als je juist dàt mag doen en waar leg jij je ziel, hart & zakelijkheid in?

Door maar 5 vragen te beantwoorden, heb jij meteen scherp hoe jij meer impact kunt hebben in je werk.

Wel even echt er voor gaan zitten.

Doe daarom het volgende.
Pak pen en papier. Ga zitten, zet je telefoon en social media op stil.
Zet je voeten op de vloer en neem een moment om je lichaam te voelen en rust te nemen. Zet dan je pen op het papier en beantwoord de 5 vragen die ik voor jou heb geformuleerd.

Schrijf per vraag ongeveer 1 minuut en schrijf alles op wat er in je opkomt. Niet gaan doorstrepen, gewoon blijven schrijven. Ook al schrijf je voor jouw gevoel onzin op, niet stoppen met schrijven. Want door deze 5 vragen oprecht te beantwoorden, kun jij je leven veranderen.

Zit je er klaar voor? Dan komen hier de 5 vragen. Begin bij vraag 1 en doe als laatste vraag 5. 

 

Read more

Daar ligt ze in haar bikini in de ambulance

 

Indy blog

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

“We are now taking you to the other hospital” zegt de tolk-vertaalster van het ziekenhuis.

We zijn met onze 4 pubers op vakantie in het buitenland. Onze dochter van 14 is flauw gevallen bij het zwembad van het hotel. De dokter die is opgetrommeld, heeft geconcludeerd dat ze voor verder onderzoek naar het ziekenhuis moet.

In dat buurt-ziekenhuis wordt vastgesteld dat de bloedwaarden niet goed zijn en dat ze met spoed naar een groter ziekenhuis moet. Nu zit ik bij haar in de ambulance en rijden we met zwaailichten en sirenes  door het hectische verkeer in noodvaart naar dat andere ziekenhuis. Een rare gewaarwording. Een paar uur geleden was er nog niks aan de hand en nu staat alles op z’n kop.

We komen aan in dat grote ziekenhuis en onze dochter wordt verder onderzocht. Daarna wordt ze naar haar kamer gebracht en moeten we afwachten. Inmiddels heeft dochterlief al weer aardig wat praatjes. We proberen de wifi (levensbehoefte nummer 1 voor een puber) werkend te krijgen.

Read more

Gelet op de thans ontstane situatie…

Uit onderzoek van BDO blijkt dat Nederlandse zorginstellingen niet goed raad weten wat hun antwoord moet zijn op de voortdurende veranderingen. Maar negen procent heeft voldoende verandervermogen en kan daadwerkelijk de slag maken naar het leveren van betere of efficiëntere zorg. 

Zeven op de tien instellingen is niet goed in veranderen. Daardoor holt de kwaliteit achteruit en lopen ze het risico als bedrijf onderuit te gaan.

Vaak ontbreekt daadkracht en leiderschap. Strategische plannen te over, maar een goede vertaling naar het dagelijkse hoe en wat ontbreekt.

Vorige week ging opnieuw een zorginstelling failliet, Diafaan deze keer. Het zal niet de laatste zijn, schat ik zo in.

En bij ieder faillissement waarover ik lees, denk ik weer even terug aan de periode van het faillissement van mijn eigen zorgbedrijf Liv voeding- & leefstijladvies. Dit faillissement werd veroorzaakt doordat binnen 6 maanden de vergoeding voor dieetadvies uit het basispakket werd gehaald en dat was 85% van onze inkomstenstroom.

Maar ik heb ook vaak genoeg kritisch gereflecteerd op mijn eigen rol destijds als DGA. Wat had ik anders kunnen doen? Daarvan neem ik mijn lessons learned mee in alles wat ik nu doe en onderneem.

Read more

Defensieve zorgverlening

Hou op met de term defensieve zorgverlening!

Afgelopen week verscheen het rapport De zorgverlener in de spagaat, een onderzoek naar defensieve zorgverlening. Wat blijkt? Nederlandse zorgprofessionals vinden dat zij aan defensieve zorgverlening doen. Vier op de vijf vindt dat.  Want ze handelen wel eens anders dan zij vanuit hun professionele inschatting als (medisch) optimaal beschouwen. Ze willen het beste voor hun patiënt, maar ze ervaren toenemende druk die hun handelen beïnvloedt. Van de patiënt zelf, van de familie, van de manager of van de verzekeraar.

Ja, dank je de koekoek. Zo lust ik er ook nog wel een paar.

Mijn vader had een aannemersbedrijf en wilde het liefst dat klanten in hun huis de zelfgemaakte kozijnen uit de eigen werkplaats lieten plaatsen. Maar ja, sommige kozen voor fabriekskozijnen. Of – erger nog – kunststof. Die rare klanten ook.

Mijn moeder had een zo’n beetje alles versleten wat je kunt verslijten in een lichaam. Toch vond de fysiotherapeut het noodzakelijk om haar te blijven behandelen. Want  ‘baat het niet, het schaadt ook niet’. Ik heb hem nooit gehoord over de druk van de verzekeraar en declaraties die niet werden goedgekeurd wegens overbehandeling.

Read more